Zaanstad gaf in drie jaar tijd 72,5 miljoen euro uit aan extern personeel

AMSTERDAM – In het merendeel van de Noord-Hollandse gemeenten wordt veel geld uitgegeven aan het inhuren van extern personeel. Dat blijkt uit onderzoek door NH Nieuws dat vandaag is gepubliceerd. De omroep vroeg met een beroep op Wet open overheid (Woo) de cijfers op bij de 44 gemeenten. Vele miljoenen gaat naar freelancers. Totaal in 2020 nog 418 miljoen, maar in 2022 stond de teller al op 617 miljoen. Zaanstad gaf in deze periode van drie jaar meer dan € 72,5 miljoen uit, dat is 21,6% van de totale loonsom.

Als oorzaak geeft NH Nieuws de complexiteit van de gemeentelijke taken en de problemen bij het werven van geschikt personeel. Tussen de gemeenten onderling is er sprake van concurrentie op de arbeidsmarkt. Vooral kleinere gemeenten kost het moeite om een vacature vervuld te krijgen, vaak omdat grotere omliggende gemeenten meer bieden. De problemen doen zich onder meer voor bij de beleidssectoren woningbouw, klimaat en zorg. De inhuur van personeel is veel duurder dan personeel dat een gemeente in vaste dienst heeft.

Motie Roemer

Op 20 mei 2010 werd unaniem in de Tweede Kamer de motie Roemer aangenomen. Bij deze motie ging het vooral om het terugbrengen van het aantal door ministeries ingehuurde externe medewerkers (managers, adviseurs enz.). Roemer sprak uit dat je in tijden van crisis moet snijden waar het vet zit. Hij verzocht de regering de ministeries een afdwingbare norm op te leggen van 10% voor de inhuur van externen. Uit de Personeelsmonitor van AenO fonds Gemeenten blijkt dat in 2022 al 17% van de totale loonsom naar extern personeel ging.

Zaanstad van 19,7 naar 28,5 miljoen

Tussen 2020 en 2022 is er sprake van een forse stijging van de uitgaven aan extern personeel. In 2020 ging er € 19.717.663 naar extern. Een jaar later kwam de post extern personeel op € 24.267.594. De teller stond in 2022 al op € 28.537.330. Totaal over een periode van drie jaar dus € 72.522.587 en dat is 21,6% van de totale Zaanstedelijke loonkosten.

Stevige financiële problemen voor Zaanstad

Begin van deze maand kwam wethouder Stephanie Onclin in het landelijk nieuws vanwege de financiële problemen waarmee 200 gemeenten vanaf 2026 te maken krijgen. De tekorten zijn enorm. Het Rijk bezuinigd namelijk 2,5 miljard euro op uitgaven aan gemeenten. Dat heeft gevolgen voor de uitvoering van taken door gemeenten. Wethouder Onclin (VVD) zei toen in een NOS interview dat de Zaanse politiek zich grote zorgen maakt. Ze diende een motie in op de algemene ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten om de problemen op de agenda te krijgen van de kabinetsformateur. De problemen in Zaanstad zijn stevig. 2025 Levert nog een sluitende begroting op in Zaanstad, maar daarna gaat het fout. De wethouder rekent op een tekort van 17,5 miljoen per jaar. In een NOS-interview op 8 juni stelde ze: “Je gaat dat als inwoner gelijk merken. We kunnen vandaag al geen nieuwe investeringen meer doen in bijvoorbeeld het verduurzamen van schoolgebouwen.” Opvallend is dan dat Zaanstad dan vooral verwacht dat het aantal buurthuizen zal afnemen en dat wachtlijsten voor bijvoorbeeld schoolzwemmen langer worden. Door de taken die gemeenten hebben gekregen van het Rijk (bijvoorbeeld maatschappelijke ondersteuning) is de ruimte om zelf te kiezen waarop je kan bezuinigen beperkt, aldus Onclin. Gelet op het onderzoek van NH Nieuws is het dan wel opvallend dat de ruimte niet wordt gezocht bij het inhuren van extern personeel, althans daarover heeft nog geen politicus zich in Zaanstad uitgelaten.

Oostzaan en Wormerland

De gemeenten Oostzaan en Wormerland werken ambtelijk samen. In 2022 werd er voor een bedrag aan € 2.822.007. uitgegeven aan extern personeel. Dat was beduidend lager dan het jaar er voor toen € 5.264.730 naar de inhuur van personeel ging. Lager ook dan 2020 toen het bedrag op € 3.494.743 lag.

Totaal gaven Oostzaan en Wormerland over de periode van drie jaar € 11.641.480 uit aan de gezamenlijke inhuur extern personeel. Dat was een percentage van 10% van de totale loonsom.

Bronnen: NH Nieuws, Binnenlands Bestuur en NOS